Flottblog 8 – Ontslag en nagekomen informatie

25 augustus 2022

Flottblog 8 – Ontslag en nagekomen informatie

Stel dat u te maken krijgt met een werknemer die het bont maakt. Zo bont, dat u deze werknemer wil ontslaan. Denkt u hierbij aan het niet volgen van de interne regels, fraude, diefstal, stiekeme concurrentie of liegen over noodzakelijke kwalificaties/diploma’s.

Soms is een zaak complex waardoor u niet alle voor ontslag benodigde informatie op tijd hebt. U hebt uw dossier niet compleet. Soms komt iets pas dagen of weken later boven tafel. Een voorbeeld: u verdenkt uw werknemer van fraude, en u hebt een situatie gevonden waarin daar inderdaad sprake van is. U denkt echter dat er nog meer speelt.

U ontslaat niettemin deze werknemer op basis van dit ene fraudegeval – dat kan immers. Dit doet u niet op staande voet (want dan spelen andere, strengere regels), maar u kiest de veilige weg en verzoekt ontbinding van de arbeidsovereenkomst bij de (kanton)rechter, bijvoorbeeld op de grond (ernstig) verwijtbaar handelen. De werknemer is het niet met zijn ontslag eens en verweert zich. Tijdens deze procedure vindt u aanvullend bewijs: de werknemer blijkt stelselmatig te hebben gefraudeerd. Kunt u dat dan alsnog aan de rechter voorleggen als bewijs of bent u daarmee dan te laat? En kunt u dat ook nog als de zaak in eerste aanleg is afgesloten, maar u of de werknemer in hoger beroep is gegaan en u dan pas aanvullend bewijs vindt?

Ex tunc of ex nunc?

Vindt u, vóórdat de rechter (in eerste aanleg) uitspraak doet, aanvullend bewijs, dan mag u dat alsnog inbrengen. Vereiste is dan wel dat de bewezen gedragingen zich afspeelden vóórdat de rechter uitspraak doet. Dat de uitkomst van uw onderzoek nog niet bekend was toen u de werknemer meldde dat u hem wilde ontslaan, of zelfs toen de procedure al was gestart, is dus geen reden uw aanvullende bewijs terzijde te leggen. Dit is nuttig in verband met de tijd die een onderzoek soms nodig heeft.

De vraag heeft zich voorgedaan hoe dit zit in hoger beroep. Stel dat de kantonrechter de arbeidsovereenkomst niet heeft ontbonden, en u gaat als werkgever in hoger beroep. Tussen de uitspraak van de kantonrechter en die van het hof in hoger beroep, komt u erachter dat de werknemer nog veel meer op zijn kerfstok heeft. Moet het hof dat bewijs meenemen in zijn oordeel of geldt dat u dan te laat bent, omdat de kantonrechter al heeft geoordeeld en hoger beroep niet is bedoeld om allemaal nieuwe feiten naar voren te brengen?

Ook de omgekeerde situatie roept deze vraag op: de kantonrechter heeft juist wél de arbeidsovereenkomst ontbonden en de werknemer gaat hiervan in hoger beroep. U vindt in de tussentijd aanvullend bewijs tegen de werknemer. Mag u dat aan het hof voorleggen en moet het hof dat in zijn beoordeling betrekken? Of bent u dan ook te laat? In feite luidt dan de vraag: toetsen we ex tunc – we houden alleen rekening met feiten en omstandigheden die zich tot de datum van de uitspraak van de rechter in eerste aanleg (hier: de kantonrechter) hebben voorgedaan – of toetsen we ex nunc – we houden met alles rekening tot de datum van de uitspraak van de rechter in hoger beroep?

De Hoge Raad heeft over zowel de eerste als de tweede situatie geoordeeld.

Situatie 1: afwijzing ontbinding door de kantonrechter, werkgever in beroep

Hier geldt dat het oordeel van de rechter in hoger beroep is verbonden met de toestand ten tijde van de beslissing van de rechter in hoger beroep. Hij mag dus feiten en omstandigheden meenemen die zich pas na de uitspraak in eerste aanleg hebben voorgedaan. Het is dus een volle, tweede kans. In feite is er dus geen verschil met de zaak in eerste aanleg: de rechter toetst ex nunc – zoals de feiten zich aan hem voordoen op dát moment. Meent de rechter in hoger beroep dat de kantonrechter ten onrechte niet heeft ontbonden, dan kan de rechter in hoger beroep dat alsnog doen. Dat moet dan wel tegen een datum in de toekomst (dus: geen terugwerkende kracht, zie art. 7:683 lid 5 BW).  Voor de tussenliggende periode heeft de werknemer als uitgangspunt steeds zijn loon behouden.

Situatie 2: ontbinding door de kantonrechter, werknemer in beroep

 Deze situatie beoordeelt de Hoge Raad anders. De rechter in hoger beroep kan alleen maar feiten en omstandigheden aan zijn beslissing ten grondslag leggen die zich hebben voorgedaan ten tijde van de beslissing van de kantonrechter. Dat is dus een beslissing ex tunc. Meent de rechter in hoger beroep dat de kantonrechter ten onrechte de arbeidsovereenkomst heeft ontbonden (er was, bijvoorbeeld, niet genoeg bewijs), dan kan de rechter de arbeidsovereenkomst herstellen, en dat kan wel per een datum in het verleden (maar ook: per het heden of per een datum in de toekomst). In plaats daarvan kan de rechter de werkgever veroordelen een billijke vergoeding te betalen (art. 7:683 lid 3 BW).

Hierbij geldt een aantal kanttekeningen.

1.      De herstelfunctie van hoger beroep maakt het mogelijk nieuwe feiten en omstandigheden aan te brengen, mits deze zich hebben voorgedaan vóór de ontbindingsbeschikking in eerste aanleg. Het gaat er dus om dat deze feiten zich al hebben voorgedaan, maar ze hoeven niet al bekend te zijn (denk aan een onderzoek waarvan de uitslag nog niet bekend is ten tijde van de beslissing in eerste aanleg).

  1. Bij de vraag welke voorziening de rechter in hoger beroep mag treffen en hoe die eruitziet, geldt weer wel een toetsing ex nunc. Dit is bijvoorbeeld van belang voor de vraag hoe hoog een vergoeding moet zijn, welke schade de werknemer heeft geleden, enzovoort. De rechter in hoger beroep kijkt dan naar de situatie zoals die zich bij hem op dat moment voordoet.
  2. Hier past weer een uitzondering bij, namelijk voor de voorzieningen “transitievergoeding” en “billijke vergoeding” voor zover het gaat om de vraag of sprake is van “ernstige verwijtbaarheid” van de werknemer dan wel de werkgever. Óf de werknemer/werkgever zich ernstig verwijtbaar heeft gedragen bij het ontslag wordt weer wél ex tunc beoordeeld. Het gaat immers om de beoordeling van hoe het ontslag is verlopen, en na de uitspraak van de kantonrechter spelen nieuwe feiten en omstandigheden dus geen rol meer – de arbeidsovereenkomst was immers al ontbonden.

Conclusie

Het lijkt erop dat de Hoge Raad een goed te verdedigen balans heeft geslagen, waar de praktijk goed mee uit de voeten kan. Enerzijds moet er geen premie staan op in hoger beroep gaan. Een werknemer kan niet, nadat de arbeidsovereenkomst is ontbonden, in hoger beroep iets aanbrengen wat de werkgever in eerste aanleg niet bekend was: die werkgever kan immers niet “onwetend zondigen”. De werkgever is bij zijn keuze voor ontslag gedreven door de feiten en omstandigheden in eerste aanleg. Als een werknemer na ontbinding zich alsnog misdraagt (door bijvoorbeeld zijn oud-collega’s lastig te vallen) kan dat voor de rechter in hoger beroep evenmin een reden zijn hem alsnog de transitievergoeding te ontzeggen. Dat is immers ook een nieuw feit en dat mag niet worden meegewogen.

Dat nieuwe feiten wél na een afwijzing van een ontbindingsverzoek naar voren mogen worden gebracht, is niet “vals spel” van de werkgever. De arbeidsovereenkomst bestaat immers nog door de afwijzing, en de werkgever mag het in hoger beroep nog eens proberen, al dan niet met medeneming van nieuwe feiten en omstandigheden. In feite is dat vrijwel hetzelfde als het opnieuw proberen in eerste aanleg.

Wat Flott voor u kan betekenen

Wij kunnen ons voorstellen dat deze blog lastig leesbaar is voor de niet-jurist. Het is ook technische materie, maar met een belangrijke impact op de dagelijkse praktijk. Het gebeurt immers vaak dat een werkgever alsnog achter informatie komt die hij graag in het geding zou willen brengen. De medewerkers van Flott houden de rechtspraak op dit punten nauwgezet bij. Mocht u met een zaak zitten waarin dit thema speelt: wij staan voor u klaar. Stuur vrijblijvend een e-mailbericht naar: info@flottadvocaten.nl, of bel met een van onze collega’s. Onze nummers staan op onze website: www.flottadvocaten.nl.

Gerelateerde artikelen

Podcasts

9 tot 5 podcast – aflevering 73

𝗚𝗲𝗺𝗶𝗱𝗱𝗲𝗹𝗱 𝟴𝟭 𝗲𝘂𝗿𝗼 𝗽𝗲𝗿 𝘂𝘂𝗿. 𝗧𝗼𝗰𝗵 𝗱𝘂𝗿𝗳𝘁 𝗻𝗶𝗲𝗺𝗮𝗻𝗱 𝘁𝗲 𝘇𝗲𝗴𝗴𝗲𝗻: 𝗶𝗸 𝗯𝗲𝗻 𝘃𝗲𝗶𝗹𝗶𝗴.

Drie jaar na de Deliveroo-uitspraak is de zzp-discussie nog altijd niet beslecht. De Hoge Raad gaf ons in 2023 negen gezichtspunten. De praktijk levert er vooral negen vraagtekens bij.

In aflevering 73 van de 9 tot 5 Podcast bespreken Ronald M. Beltzer, Ruud Schepers en debutant Jasper van der Voet drie actuele thema’s rond de zzp’er in het arbeidsrecht.

Drie jaar Deliveroo.
Hoe werken die negen gezichtspunten in de lagere rechtspraak? Hoe pakt de Belastingdienst de handhaving aan? In welke sectoren lopen zzp’ers het meeste risico? En wat betekent een recordtarief van 81 euro per uur als de onzekerheid over de toekomst blijft?

De logopedist als zzp’er.
Een logopedist werkt twee jaar voor dezelfde opdrachtgever tegen 18 euro per half uur, zonder andere opdrachtgevers. Toch oordeelt de rechter: geen arbeidsovereenkomst. Hoe kan dat? En wat zegt dit over de rol van ondernemerschap en de gunfactor in dit soort zaken?

De Zelfstandigenwet.
Het kabinet kiest een nieuwe aanpak en definieert niet wie werknemer is, maar wie zelfstandige is. Charmant idee of symboolwetgeving? En wat betekenen de zelfstandigentoets, de werkrelatietoets en het sectorenbeleid voor de praktijk?

Drie onderwerpen, een rode draad: de zzp-markt stabiliseert, de tarieven stijgen, maar echte duidelijkheid laat op zich wachten.

Lees meer

Podcasts

9 tot 5 podcast – aflevering 72

𝗭𝗶𝗲𝗸 𝗴𝗲𝗺𝗲𝗹𝗱. 𝗢𝗻𝘃𝗶𝗻𝗱𝗯𝗮𝗮𝗿.
𝗧𝗼𝗰𝗵 𝗮𝗮𝗻𝘀𝗽𝗿𝗮𝗮𝗸 𝗼𝗽 𝗲𝗲𝗻 𝘁𝗿𝗮𝗻𝘀𝗶𝘁𝗶𝗲𝘃𝗲𝗿𝗴𝗼𝗲𝗱𝗶𝗻𝗴.

Stel je voor. Een werknemer meldt zich ziek.
Komt niet opdagen bij de arboarts.
Reageert nergens op. Verschijnt niet eens op zitting.

En toch: aanspraak op een transitievergoeding.

Het klinkt als een juridische onmogelijkheid. Maar het gebeurt.

In aflevering 72 van de 9 tot 5 Podcast ontleden Esther van der Meulen, Ronald M. Beltzer en Ruud Schepers drie actuele arbeidsrechtelijke kwesties, en deze uitsmijter was misschien wel de meest verrassende.

Daarnaast op tafel:
→ De WW-verkorting naar één jaar. Het kabinet wil het, de vakbonden zijn weggelopen, het plan ligt stil. Symboolwetgeving of een serieuze ingreep? En wat betekent het concreet voor de 30.000 mensen die nu langer dan een jaar in de WW zitten?
→ ETO-redenen bij overgang van onderneming. De Hoge Raad schept voor het eerst meer duidelijkheid. Wanneer mag je reorganiseren na een overname? Hoe snel? En hoe ver reikt de herplaatsingsplicht dan nog?

Te beluisteren in iedere podcastapp en vanaf nu ook met video op YouTube!

Lees meer