De wet op de arbeidsovereenkomst; geschiedenis der wet van den 13den juli 1907 (Staatsblad no. 193)
De eerste specifieke wettelijke regeling voor arbeidsovereenkomsten in Nederland is de Wet van 13 juli 1907 (in werking getreden in 1909), die bepalingen in het Burgerlijk Wetboek wijzigde. Deze wet introduceerde het moderne begrip van de arbeidsovereenkomst (toen onder artikel 7A:1637a BW), waarin een werknemer zich verbindt om tegen loon in dienst van een werkgever arbeid te verrichten.
Belangrijke details:
- Fundament (1907/1909): Voorheen viel werk onder de “huur van dienstboden en werklieden”. De wet van 1907 gaf een eigen juridisch kader aan de arbeidsverhouding.
- Definitie: De wet definieerde de overeenkomst als het in dienst van een werkgever tegen loon verrichten van arbeid.
- Eerdere wetten: De Kinderwet-Van Houten (1874) was een eerdere, beperkte regeling tegen kinderarbeid, en de Arbeidswet 1919 volgde later voor arbeidsduur (8-urige werkdag).
- Wet op de cao (1927): De wettelijke regeling voor collectieve arbeidsovereenkomsten (cao) kwam pas later, in 1927.
Deze wet uit 1907 legde de basis voor het huidige arbeidsrecht in Titel 10 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek.









